Persfase: wat je kunt verwachten tijdens het persen

Zwart-wit foto van persfase in bevalbad: partner ondersteunt tijdens persen bij de bevalling.

De persfase is het deel waar veel vrouwen naar toe leven, omdat het einde dan in zicht komt. Tegelijk weten de meeste zwangere vrouwen niet precies hoe persen voelt, of je altijd persdrang krijgt, en wat je kunt doen als je juist moe bent of verdoofd door pijnstilling.

In het kort

  • De persfase start vaak wanneer er volledige ontsluiting is en je baby laag genoeg ligt om geboren te worden.
  • Je kunt persdrang voelen, maar soms pers je vooral op aanwijzing, zeker bij pijnstilling.
  • Persen voelt vaak als sterke druk en rek; tussen weeën door herstel je.
  • Je kunt meestal van houding wisselen als dat fijn is en het veilig kan.
  • De verloskundige coacht, luistert naar de baby en helpt het weefsel rustig mee te laten geven.
  • Soms zijn ingrepen zoals knip, vacuüm of extra begeleiding nodig; dat wordt per situatie besproken.
  • Na de geboorte volgen nageboorte, controle en vaak huid-op-huid.

Persfase in het kort: wat gebeurt er precies?

De persfase is het laatste stuk van de geboorte, waarin je baby via het geboortekanaal naar buiten komt. Deze fase begint vaak nadat je baarmoedermond volledig open is en het hoofdje voldoende laag staat. “Vaak” is belangrijk, omdat het verloop niet bij iedereen hetzelfde is. Bij sommige vrouwen voelt persen meteen logisch, bij anderen duurt het even voordat het lichaam de juiste druk opbouwt.

Tijdens een perswee trekt de baarmoeder samen. Jij helpt mee door je buikspieren aan te spannen en de druk naar beneden te sturen. Dat gebeurt meestal in korte stukken. Een wee komt op, je perst een paar keer mee, en daarna is er een pauze waarin je kunt ontspannen. Die pauzes zijn geen luxe. Daar herstel je je adem, schud je spanning uit je schouders en pak je energie.

In de persfase draait het vaak om ritme. Niet nonstop duwen, maar meewerken wanneer de kracht er is en loslaten wanneer het zakt. Veel vrouwen merken dat hun lichaam dit vanzelf probeert. Ze zoeken een houding, maken geluid, of zetten een hand in hun rug zonder erover na te denken.

Hoe weet je dat je mag (of moet) persen?

Er zijn grofweg twee manieren waarop persen start.

1. Persdrang
Persdrang is een sterke druk die je meestal niet hoeft te “bedenken”. Veel vrouwen vergelijken het met het gevoel dat je heel nodig naar het toilet moet, maar dan in golven. Je kunt het idee hebben dat je lichaam zelf al begint te duwen. Soms komt dat heel duidelijk. Soms is het subtieler en bouwt het op.

2. Persen op aanwijzing
Soms voel je (nog) weinig persdrang, maar word je wel gevraagd om mee te persen. Dat kan gebeuren als je al volledige ontsluiting hebt, maar je baby nog net wat moet zakken of draaien, of als jij weinig gevoel hebt door pijnstilling. Het kan ook zijn dat je zorgverlener liever eerst ziet dat het hoofdje verder komt voordat je heel actief gaat persen, omdat dat voor sommige vrouwen beter vol te houden is. Als er wél wordt gestuurd, hoor je vaak duidelijke opdrachten zoals: adem in, kin op de borst, duw mee tijdens de wee, en rust in de pauze.

Wat je hier concreet aan hebt: je mag vragen waarom er op dat moment wordt gekozen voor wachten of juist meepersen. Een korte vraag is genoeg, bijvoorbeeld: wil je dat ik nu meepres of eerst nog even op adem kom. Of: is het handig dat ik mijn drang volg, of wil je dat ik nog even puff. Dat haalt onzekerheid weg.

Hoe voelt persen? Herkenbare sensaties en emoties

Persen voelt bij veel vrouwen als stevige druk in het bekken. Die druk kan ook naar je anus trekken en dat kan gek zijn als je niet weet dat dit normaal kan voorkomen. Je kunt ook rek voelen rond de vagina, soms met een branderig of tintelend gevoel wanneer het hoofdje verder komt. Sommige vrouwen voelen het vooral in hun rug of liezen.

Wat veel vrouwen niet verwachten, is hoe geconcentreerd je kunt raken. Tijdens een perswee is er vaak weinig ruimte voor gesprek. Tussen de weeën door kan je juist weer helder zijn en even praten of lachen om iets kleins. Het kan ook wisselen. Je kunt een moment hebben waarop je denkt dat je leeg bent, en daarna, na een pauze, toch weer kracht voelen.

Een herkenbaar patroon is dat je tijdens de piek denkt: dit is zwaar, en zodra het zakt, kun je weer even normaal ademen en opnieuw beginnen. Het helpt om te weten dat die schommelingen erbij horen. Je hoeft niet constant “aan” te staan.

Emoties kunnen ook opkomen. Opluchting omdat je richting de geboorte gaat. Spanning omdat je voelt dat het hoofdje dichterbij komt. Soms twijfel, zeker als je al lang weeën hebt gehad. Dat is niet vreemd. Het is intens werk, en je hoofd loopt daar soms even achteraan.

Pershouding: welke opties zijn er en wat past bij jou?

Je houding kan bepalen hoe comfortabel je bent en hoe goed je je kracht kunt gebruiken. Vaak kun je wisselen, zolang het veilig is en past bij jouw situatie.

Veelvoorkomende opties:

  • Zijligging: vaak prettig als je moe bent of je benen wilt sparen.
  • Handen en knieën: kan fijn zijn bij rugpijn en geeft vaak ruimte in het bekken.
  • Halfzittend op bed: geeft ondersteuning en overzicht, maar je werkt minder met zwaartekracht.
  • Hurken of op een krukje: kan helpen als je druk goed kwijt kunt, maar vraagt energie en stabiliteit.

Wat bij jou past hangt af van hoe je je voelt, waar je pijn zit, en of je bijvoorbeeld een epiduraal hebt. Met pijnstilling voel je soms minder persdrang en heb je vaker begeleiding nodig om goed mee te persen. Je benen kunnen ook zwaarder aanvoelen of minder kracht hebben, waardoor zijligging of halfzittend praktischer is.

Een concrete tip: als je merkt dat je in één houding steeds wegzakt of je adem hoog blijft, vraag dan om een kleine verandering. Soms helpt een kussen onder je knie of een andere hoek in je rug. Soms helpt het om even op je zij te draaien en daarna weer terug te gaan. Dat zijn kleine aanpassingen, maar ze kunnen veel doen.

Ademen en kracht verdelen: zo houd je het vol

Veel vrouwen proberen in het begin te hard. Dan ben je na een paar weeën al leeg. Beter werkt het vaak om je energie te verdelen over meerdere weeën en in de pauzes echt te herstellen.

Praktische punten die vaak helpen:

  • Begin een wee met een rustige adem in, zodat je niet meteen in je nek gaat zitten.
  • Pers mee op je uitademing, dat voelt voor veel vrouwen minder “verstikkend” dan lang je adem vasthouden.
  • Ontspan bewust je kaken en schouders. Als die vast staan, zet je vaak ook beneden spanning vast.
  • Neem in de pauze één taak: slokje water, schouders los, benen ontspannen.

Geluid kan ook helpen. Niet omdat je moet schreeuwen, maar omdat een lage toon je helpt om je adem laag te houden. Veel vrouwen merken dat ze anders gaan persen als ze hun adem niet krampachtig vasthouden.

Als je begeleiding krijgt met tellen, kan dat prettig zijn. Als je daar juist stress van krijgt, mag je dat zeggen. Een zin als: liever korte aanwijzingen, ik raak anders in de war, is genoeg.

Begeleiding in de persfase: wat doet de verloskundige?

De verloskundige begeleidt jou en houdt tegelijk in de gaten hoe de baby het doet. Dat kan betekenen dat er regelmatig naar de hartslag geluisterd wordt en dat er gekeken wordt of het hoofdje vordert.

Je kunt verschillende vormen van begeleiding tegenkomen:

  • Duidelijke aanwijzingen tijdens elke wee.
  • Rustiger begeleiden, waarbij jij je eigen ritme volgt.
  • Soms vragen om juist even te puffen en niet te persen.

Als je te horen krijgt dat je moet stoppen met persen, kan dat meerdere redenen hebben. Het kan zijn dat het weefsel tijd nodig heeft om mee te rekken. Het kan ook zijn dat er even gewacht wordt op het juiste moment of dat er kort gekeken wordt naar de hartslag. Je hoeft niet te raden waarom. Je kunt gewoon vragen: wil je dat ik nu puff, en wat is het doel hiervan. Dat geeft duidelijkheid.

De verloskundige kan ook helpen bij het ondersteunen van het perineum, het gebied tussen vagina en anus. Soms gebeurt dat met een hand, soms met warme doeken. Het doel is meestal om het tempo te sturen en het weefsel rustig mee te laten geven.

Hoe lang duurt de persfase? (en waarom vergelijken weinig zegt)

Hoe lang de persfase duurt, verschilt per bevalling. Bij een eerste kind is er vaak meer tijd nodig om het geboortekanaal te laten meewerken. Bij een volgende bevalling kan het soms sneller gaan, maar het kan ook weer lang duren. Vergelijken met anderen helpt daarom zelden, omdat je geen idee hebt hoe hun baby lag, hoe moe ze waren of welke begeleiding ze kregen.

Wat wel concreet is: je merkt vaak aan jezelf of je het volhoudt. Kun je tussen weeën door nog even ontspannen en ademhalen. Kun je drinken. Kun je je benen loslaten. Als dat lukt, heb je meestal meer reserves. Als je merkt dat je alleen nog maar spanning vasthoudt, is dat een moment om te bespreken wat je nodig hebt.

Factoren die invloed kunnen hebben zijn onder andere je energie, of je pijnstilling hebt, de houding van je baby en de houding waarin jij perst. Soms wordt er ook gevraagd of je nog kunt plassen. Een volle blaas kan soms extra druk geven en het persen lastiger maken. Dat betekent niet dat het altijd de oorzaak is, maar het kan een praktische drempel zijn.

Een herkenbaar moment is wanneer je denkt dat er niets gebeurt, en iemand zegt: ik zie het hoofdje nu goed. Voor veel vrouwen geeft dat richting, omdat het ineens zichtbaar wordt dat het opschiet.

Knip, scheurtje of vacuümpomp: wanneer kan dat voorkomen?

Soms wordt er tijdens de persfase extra hulp ingezet. Dat gebeurt op basis van wat er op dat moment nodig is. Redenen kunnen zijn dat het persen lang duurt en je uitgeput raakt, dat de baby net dat laatste stukje hulp nodig heeft, of dat er sneller gehandeld moet worden.

Een knip kan soms worden gedaan om ruimte te maken. Een scheurtje kan ook ontstaan doordat het weefsel oprekt. Na de geboorte wordt altijd gekeken wat er is gebeurd en wat er gehecht moet worden. Als er gehecht wordt, gebeurt dat met verdoving of pijnstilling passend bij de situatie.

Een vacuümpomp kan soms gebruikt worden om de baby te helpen bij het laatste stuk. Als dit ter sprake komt, kun je verwachten dat er kort uitgelegd wordt wat het doel is, wat jij moet doen en hoe het kan voelen. Het is ook normaal dat je op dat moment vooral wilt weten wat de volgende stap is. Je kunt dan vragen: wat betekent dit voor mij, en wat heb je van mij nodig tijdens de volgende wee.

Herstel na een knip, scheurtje of vacuüm is vaak vooral: tijd, rust, goede verzorging en duidelijke uitleg over wat je thuis kunt verwachten. Je kunt de eerste dagen een beurs gevoel hebben en zitten kan gevoelig zijn. Dat is iets waar veel vrouwen even aan moeten wennen.

Na de geboorte: placenta, hechtingen en eerste moment samen

Na de geboorte is er meestal direct aandacht voor contact met je baby. Vaak wordt je baby bij je gelegd, huid op huid, en kun je even kijken, voelen en ademen. Sommige vrouwen trillen of voelen zich licht in hun hoofd. Dat kan passen bij de inspanning en adrenaline.

Daarna volgt meestal de nageboorte, waarbij de placenta nog geboren wordt. Dat gaat vaak met mildere weeën en soms een keer meeduwen op aanwijzing. Intussen wordt er gecheckt hoeveel bloedverlies er is en of er hechtingen nodig zijn. Als er gehecht wordt, gebeurt dat meestal terwijl jij je baby bij je hebt, met verdoving.

Nazorg in het eerste uur is vaak praktisch. Warm blijven, iets drinken, zo nodig wat eten. Ook wordt vaak gekeken of je kunt plassen. De eerste keer plassen kan spannend zijn, zeker als je perineum gevoelig is. Rustig de tijd nemen en zo nodig een beetje lauw water mee laten lopen kan helpen. Als je twijfelt of iets normaal is, bespreek het in de kraamweek. Je hoeft daar niet mee rond te lopen.

Veelgestelde vragen

Wat als ik persdrang voel, maar er wordt gezegd dat ik nog niet mag persen?

Dat kan gebeuren, bijvoorbeeld als er nog geen volledige ontsluiting is of als je baby nog net wat moet zakken. Zeg het hardop. Vaak krijg je dan concrete aanwijzingen, zoals puffen of een andere houding, zodat je de druk beter kunt opvangen.

Hoe verschilt de persfase met een epiduraal?

Met pijnstilling voel je soms minder persdrang en merk je minder goed waar je kracht naartoe gaat. Daarom is er vaker begeleiding met aanwijzingen en wordt er soms wat langer gewacht tot de baby verder is gezakt. Houdingen zijn soms beperkter omdat je benen minder kracht hebben.

Wat kan mijn partner praktisch doen tijdens het persen?

Je partner kan helpen door kort te praten, water aan te geven, mee te ademen, jouw houding te ondersteunen en de kamer rustig te houden. Het helpt ook als je partner jouw wens kan herhalen, bijvoorbeeld als jij even niet wilt praten: ik wil graag duidelijke aanwijzingen, of juist wat meer rust.
Momble redactie
Geschreven door
Momble redactie

Dit artikel is geschreven door de redactie van Momble en is bedoeld om herkenning en algemene informatie te bieden. De inhoud is gebaseerd op algemeen beschikbare informatie en ervaringen die zwangere vrouwen delen binnen en buiten de Momble community. Er wordt geen medisch advies gegeven en iedere zwangerschap verloopt anders.

Gerelateerd