Persfase: wat je kunt verwachten tijdens het persen

Door 
Momble Redactie
Voor het laatst gecontroleerd op  
19 Jun 2026
Pijlicoon die naar rechts wijst, zwart op transparante achtergrond.
Gebaseerd op betrouwbare bronnen
Zwart-wit foto van persfase in bevalbad: partner ondersteunt tijdens persen bij de bevalling.

De persfase is de fase van de bevalling waarin je baby geboren wordt. Je kunt sterke persdrang voelen, maar dat hoeft niet bij iedereen op dezelfde manier te gaan. Soms volgt je lichaam duidelijk zijn eigen ritme. Soms krijg je meer aanwijzingen van je verloskundige, arts of verpleegkundige, bijvoorbeeld als je weinig persdrang voelt door pijnstilling.

In dit artikel lees je wat de persfase is, hoe persen kan voelen, welke houdingen mogelijk zijn, wat je zorgverlener doet en wanneer extra hulp, zoals een knip of vacuümverlossing, ter sprake kan komen. Wil je eerst het grotere overzicht lezen, bekijk dan ook het artikel over de bevalling van eerste tekenen tot herstel en keuzes.

Dit artikel gaat over een medisch onderwerp en is samengesteld op basis van betrouwbare medische bronnen. Het is niet medisch beoordeeld door een arts of zorgprofessional en vervangt geen persoonlijk medisch advies.

In het kort

De persfase wordt ook wel de uitdrijvingsfase genoemd. Tijdens deze fase duwt je baarmoeder je baby verder door het geboortekanaal en kun je actief meepersen.

Meestal begint deze fase wanneer de baarmoedermond helemaal open is en je baby verder in het bekken zakt. Soms is er eerst een overgangsfase waarin je wel druk voelt, maar nog niet echt actief hoeft te persen.

Persdrang voelt vaak als sterke druk laag in je bekken, richting je endeldarm of anus. Veel vrouwen omschrijven het als het gevoel dat ze heel nodig moeten poepen.

Met een ruggenprik of andere pijnstilling kun je persdrang minder duidelijk voelen. Dan krijg je vaak meer begeleiding bij wanneer en hoe je meeperst.

Je houding kan verschillen: zijligging, halfzittend, rechtop, op handen en knieën of op een baarkruk kunnen opties zijn, afhankelijk van jouw situatie en de plek waar je bevalt.

Soms is extra hulp nodig, bijvoorbeeld bij lang persen, zorgen over de baby of wanneer de geboorte sneller moet gaan. Dan kan een knip, vacuümverlossing of andere medische hulp besproken worden.

Wat is de persfase?

De persfase is het deel van de bevalling waarin je baby door je vagina naar buiten komt. Medisch wordt dit ook de uitdrijvingsfase genoemd. Je baarmoeder trekt samen tijdens persweeën. Daardoor wordt je baby steeds verder naar beneden geduwd. Jij kunt daarbij meehelpen door tijdens een wee actief mee te persen.

De persfase komt na de ontsluitingsfase. Bij ontsluiting gaat de baarmoedermond open. Pas wanneer de baarmoedermond helemaal open is, kan je baby door het geboortekanaal geboren worden. In de praktijk kan de overgang tussen ontsluiting en persen geleidelijk voelen. Je kunt al druk voelen voordat actief persen echt begint.

De persfase is lichamelijk intens, maar het is geen kwestie van voortdurend duwen. Meestal werk je mee tijdens de wee en rust je tussendoor. Die pauzes zijn belangrijk om adem te halen, spanning los te laten en opnieuw energie te verzamelen.

Wanneer begint de persfase?

De persfase begint meestal wanneer je volledige ontsluiting hebt en je baby laag genoeg ligt om verder geboren te worden. Vaak merk je dat doordat de druk naar beneden sterker wordt. Je lichaam kan dan vanzelf gaan meeduwen. Dat heet persdrang.

Soms is er eerst een overgangsfase. Je baarmoedermond is dan bijna of helemaal open, maar je baby moet nog wat verder zakken. Je kunt dan druk voelen, misselijk zijn, trillen, denken dat je het niet meer volhoudt of juist even een soort rust ervaren. Dat kan verwarrend zijn, maar het past bij de overgang naar de uitdrijving.

Het is daarom niet vreemd als je zorgverlener zegt dat je nog even moet wachten met actief persen. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat je nog niet helemaal volledige ontsluiting hebt, omdat je baby nog wat hoger ligt of omdat het beter is om de persdrang eerst verder te laten opbouwen. Vraag gerust wat de reden is. Een korte vraag als “wil je dat ik nu meepers of nog even rustig ademhaal?” kan veel duidelijkheid geven.

Hoe voelt persdrang?

Persdrang voelt vaak als een sterke druk laag in je bekken. Die druk kan richting je endeldarm en anus trekken. Veel vrouwen vergelijken het met het gevoel dat ze heel nodig moeten poepen, maar dan in golven tijdens een wee.

Je kunt merken dat je lichaam vanzelf begint mee te duwen. Soms voelt dat bijna niet tegen te houden. Bij andere vrouwen is persdrang minder duidelijk of komt het pas later op gang. Dat zegt niet automatisch iets over hoe goed je bevalt. Het verloop hangt onder andere samen met de ligging van je baby, de kracht van de weeën, je eigen energie, pijnstilling en de begeleiding die je krijgt.

Met een ruggenprik kun je minder goed voelen wanneer een perswee begint of waar je druk naartoe moet. Dan kan het zijn dat je zorgverlener je meer aanwijzingen geeft. Soms wordt ook even gewacht met actief persen tot je baby verder is gezakt. Wat passend is, hangt af van jouw situatie en van hoe het met jou en je baby gaat.

Hoe pers je tijdens een wee?

Tijdens een perswee trekt je baarmoeder samen. Vaak voel je de druk opbouwen, een piek bereiken en daarna weer afnemen. Op het moment dat de druk sterk is, kun je meeduwen met je buikspieren. Daarna volgt meestal een pauze waarin je kunt herstellen.

Je zorgverlener kan je op verschillende manieren begeleiden. Soms krijg je duidelijke aanwijzingen per wee. Soms word je juist aangemoedigd om je eigen gevoel te volgen. Beide manieren kunnen passend zijn. Het hangt af van jouw lichaam, hoe duidelijk je persdrang is en hoe de bevalling verloopt.

Wat vaak helpt, is dat de aanwijzingen kort en concreet blijven. Bijvoorbeeld: wanneer meepersen, wanneer loslaten en wanneer rustig ademen. Als tellen of veel praten je afleidt, mag je dat aangeven. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Geef me liever korte aanwijzingen” of “Zeg alleen wanneer ik moet starten en stoppen.”

Houdingen tijdens de persfase

Er is niet één beste pershouding voor iedereen. Je houding hangt af van wat jij prettig vindt, hoeveel energie je hebt, hoe je baby ligt, waar je bevalt en of je bijvoorbeeld een ruggenprik hebt.

Mogelijke houdingen zijn:

  • Zijligging: kan prettig zijn als je moe bent, minder kracht in je benen hebt of met een ruggenprik bevalt.
  • Halfzittend: geeft steun en overzicht, vooral in bed of in het ziekenhuis.
  • Op handen en knieën: kan prettig zijn bij rugdruk of als je meer ruimte wilt zoeken in je bekken.
  • Rechtop of leunend: bijvoorbeeld staand naast het bed of leunend over een bevalbal.
  • Baarkruk of hurken: kan helpen als je graag de zwaartekracht gebruikt, maar vraagt wel energie en stabiliteit.

Zonder ruggenprik kun je vaak makkelijker van houding wisselen. Met een ruggenprik zijn sommige houdingen minder praktisch, omdat je benen zwaar of minder krachtig kunnen voelen. Toch zijn er vaak nog opties, zoals zijligging of ondersteund halfzitten. Vraag wat veilig en haalbaar is in jouw situatie.

Een kleine verandering kan al verschil maken. Denk aan een kussen onder je knie, iets rechter zitten, op je zij draaien of je voeten anders plaatsen. Je hoeft dus niet meteen van houding te “moeten veranderen”; soms is bijstellen genoeg.

Wat doet de verloskundige of arts tijdens het persen?

Tijdens de persfase begeleidt je zorgverlener jou en houdt die tegelijk in de gaten hoe het met je baby gaat. Bij een verloskundige bevalling wordt meestal regelmatig naar het hartje van de baby geluisterd. In het ziekenhuis kan er ook continue monitoring zijn, afhankelijk van de situatie.

Je zorgverlener let onder andere op:

  • of je persdrang hebt;
  • of je baby verder zakt;
  • hoe jij je energie verdeelt;
  • hoe de hartslag van je baby reageert;
  • of je houding helpt;
  • of het weefsel rond de vagina tijd krijgt om mee te rekken;
  • of extra hulp nodig is.

Soms vraagt je zorgverlener je om even niet actief mee te persen, maar te ademen of te puffen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als het hoofdje bijna geboren wordt en het tempo rustiger moet, of als je zorgverlener iets wil beoordelen. Vraag gerust wat het doel is als je dat nog kunt of als je partner dit kan vragen.

Hoe lang duurt de persfase?

Hoe lang de persfase duurt, verschilt per bevalling. Bij een eerste bevalling duurt de uitdrijving gemiddeld langer dan wanneer je al eerder vaginaal bent bevallen. De Verloskundige noemt bij een eerste bevalling gemiddeld ongeveer één tot twee uur. Als je al eerder bent bevallen, gaat het vaak korter, maar dat is geen garantie.

De duur hangt onder andere af van:

  • de kracht en regelmaat van de weeën;
  • de ligging van je baby;
  • of je baby al diep in het bekken ligt;
  • je houding;
  • je energie;
  • of je pijnstilling hebt;
  • of het je eerste bevalling is;
  • hoe jij en je baby het doen.

Vergelijken met anderen helpt daarom maar beperkt. Een korte persfase is niet automatisch beter en een langere persfase betekent niet meteen dat er iets mis is. Je zorgverlener kijkt naar het geheel: jouw conditie, de voortgang en de conditie van je baby.

Persfase met een ruggenprik

Met een ruggenprik kan de persfase anders aanvoelen. Je kunt minder pijn voelen, maar soms ook minder goed merken wanneer je een wee hebt of waar je naartoe moet persen. Daardoor kan de begeleiding directiever zijn. Iemand vertelt je dan wanneer een wee begint, wanneer je kunt meepersen en wanneer je weer rust neemt.

Soms wordt bij een ruggenprik even gewacht voordat je actief gaat persen. Dat kan helpen als je baby nog verder moet zakken. Of dat passend is, bespreekt je zorgverlener op basis van jouw situatie en de conditie van je baby.

Ook je houding kan veranderen. Je kunt misschien niet goed staan of hurken, maar zijligging, halfzittend of ondersteund draaien kan vaak nog wel. Vraag dus niet alleen “kan ik bewegen?”, maar specifieker: “Welke houding kan nu veilig en praktisch?”

Lees ook het Momble-artikel over pijnstilling bij de bevalling als je wilt weten welke opties er zijn en wat die kunnen betekenen voor je bewegingsvrijheid en begeleiding.

Knip, scheurtje of vacuüm: wanneer kan extra hulp nodig zijn?

Soms verloopt de persfase niet helemaal spontaan. Extra hulp kan dan besproken worden. Dat betekent niet dat je iets verkeerd doet. Soms is de situatie gewoon zo dat jij, je baby of allebei ondersteuning nodig hebben.

Knip tijdens de bevalling

Een knip heet medisch een episiotomie. Daarbij wordt het perineum, het gebied tussen vagina en anus, ingeknipt. Dit kan bijvoorbeeld worden overwogen als de baby sneller geboren moet worden of als er bij een vacuümverlossing meer ruimte nodig is. Volgens De Verloskundige mag een knip alleen na jouw toestemming worden gezet.

Een knip wordt meestal plaatselijk verdoofd. Na de geboorte worden de wond en eventuele scheurtjes beoordeeld en zo nodig gehecht. Wil je hier dieper op ingaan, lees dan ook knip of inscheuren bij de bevalling.

Scheurtje

Tijdens de geboorte kan het weefsel rond de vagina inscheuren. Dat kan klein zijn, maar soms is er meer herstel nodig. Na de geboorte kijkt je verloskundige of arts of er hechtingen nodig zijn. Hechten gebeurt met verdoving.

Vacuümverlossing

Bij een vacuümverlossing helpt de arts je baby met een zuignap bij het laatste stuk van de geboorte. Dit wordt alleen gedaan als daar een reden voor is, bijvoorbeeld als de geboorte niet genoeg vordert of als er zorgen zijn over de baby. Je blijft meestal zelf meepersen tijdens de weeën.

Als een vacuümverlossing wordt voorgesteld, mag je vragen wat de reden is, wat er nu gaat gebeuren en wat jouw rol is bij de volgende wee. In een acute situatie kan de uitleg korter zijn, maar je hoort zo duidelijk mogelijk te krijgen waarom deze stap nodig is.

Na de geboorte: wat gebeurt er direct daarna?

Na de geboorte van je baby is de bevalling nog niet helemaal klaar. De placenta moet nog geboren worden. Dit heet het nageboortetijdperk. Meestal gebeurt dit door samentrekkingen van de baarmoeder. Soms vraagt je zorgverlener je nog een keer zacht mee te persen.

In de eerste momenten na de geboorte is er vaak aandacht voor huid-op-huidcontact, als dat medisch mogelijk is. Je baby wordt dan op je blote borst of buik gelegd en warm toegedekt. Tegelijk houdt je zorgverlener in de gaten hoe het met jou gaat, hoeveel bloedverlies er is en of er hechtingen nodig zijn.

Ook je baby wordt gecontroleerd. Vaak gebeurt een deel daarvan terwijl je baby bij je ligt. Als er extra controles nodig zijn, kan het zijn dat je baby kort bij je vandaan wordt gehaald. Vraag gerust wat er gebeurt als je dat wilt weten.

Voor de eerste dagen thuis kan het handig zijn om ook het artikel over pasgeboren baby verzorgen klaar te zetten.

Wanneer contact opnemen?

Tijdens de persfase is er meestal een verloskundige, arts of verpleegkundige bij je. Meld het direct als je je plots erg ziek, duizelig, benauwd of onwel voelt, als je pijn anders voelt dan verwacht, of als je merkt dat je bang wordt en de uitleg niet meer kunt volgen. Je partner kan dit ook namens jou zeggen.

Ben je nog thuis en voel je sterke persdrang terwijl je verloskundige er nog niet is, neem dan direct contact op volgens de belinstructies die je hebt gekregen. Doe dat ook als je twijfelt of je al mag persen.

Neem tijdens de zwangerschap of aanloop naar de bevalling direct contact op met je verloskundige, gynaecoloog of ziekenhuis bij signalen zoals:

  • helderrood bloedverlies;
  • vruchtwaterverlies, zeker als de kleur geel, groen of bruin is;
  • minder of geen beweging van je baby dan je gewend bent;
  • regelmatige weeën, gebroken vliezen of vochtverlies vóór 37 weken;
  • koorts, ziek voelen of ernstig onwel worden;
  • aanhoudende hoofdpijn, sterretjes zien, pijn boven in je buik of plots veel vocht vasthouden;
  • zorgen, twijfel of het gevoel dat er iets niet klopt.

Na de geboorte neem je contact op volgens de instructies van je verloskundige, ziekenhuis of kraamzorg. Bel direct bij veel bloedverlies, koorts, ziek voelen, stinkend vocht uit de vagina, ernstige hoofdpijn, problemen met zien, pijn boven in de buik, een dik rood pijnlijk been, verwardheid, extreme angst of als je je heel somber voelt. In de eerste 10 dagen na de bevalling is de verloskundige of gynaecoloog vaak het eerste aanspreekpunt; daarna meestal de huisarts of huisartsenpost.

Wat kan je partner doen tijdens de persfase?

Je partner hoeft de bevalling niet te “sturen”. Vaak helpt juist eenvoudige, rustige ondersteuning.

Praktische dingen die kunnen helpen:

  • water aangeven tussen weeën;
  • korte zinnen gebruiken in plaats van veel praten;
  • meehelpen herinneren aan ademhalen en ontspannen;
  • een kussen, doek of been ondersteunen;
  • vragen herhalen als jij daar geen ruimte voor hebt;
  • jouw wensen uit het geboorteplan kort benoemen;
  • rust bewaken in de kamer.

Een goede zin voor je partner kan zijn: “Kun je kort uitleggen wat nu de bedoeling is?” Of: “Ze wil graag korte aanwijzingen.” Dat geeft duidelijkheid zonder dat jij tijdens een perswee hoeft te praten.

Veelgestelde vragen

Is persdrang hetzelfde als moeten poepen?
Wat als ik geen persdrang voel?
Mag ik zelf kiezen in welke houding ik pers?
Momble Redactie
Geschreven door
Momble Redactie

Dit artikel is geschreven door de redactie van Momble en bedoeld als algemene, begrijpelijke informatie. We baseren onze artikelen op betrouwbare bronnen, maar geven geen persoonlijk medisch advies.

Gerelateerd