Pijnstilling bij de bevalling: opties en wat bij je past

Partner ondersteunt vrouw tijdens weeën in ziekenhuisbed – pijnstilling bij de bevalling en opties bespreken.

Je kunt je nog zo goed voorbereiden, maar als de weeën eenmaal doorzetten, wordt alles concreet. Dan wil je vooral weten wat je nú kunt doen: hoe vang je de pijn op, hoe houd je energie over, en welke vormen van verlichting passen bij jou. Het helpt als je de opties alvast kent, zodat je niet hoeft te googelen met trillende handen tussen twee weeën door.

Tijdens de bevalling veranderen voorkeuren soms met het uur. Wat je vooraf dacht te willen, kan anders voelen als je middenin zit, moe bent, of juist onverwacht goed in je ritme komt. Daarom gaat dit artikel niet over “de beste keuze”, maar over mogelijkheden, verwachtingen en vragen die je kunt stellen, zodat jij onderweg kunt bijsturen.

Pijnstilling in het kort: wat is er mogelijk?

Er zijn grofweg twee routes om met weeënpijn om te gaan. De eerste route is ondersteuning zonder medicijnen: warmte, water, bewegen, ademhaling en rust. De tweede route is medische pijnbestrijding, zoals lachgas, remifentanil of een ruggenprik. Veel vrouwen combineren die routes. Je kunt bijvoorbeeld eerst douchen en bewegen, daarna overstappen op medicatie als je merkt dat je leeg raakt.

Het is goed om te weten dat beschikbaarheid kan verschillen per plek. Niet elk ziekenhuis biedt standaard lachgas, en niet elke situatie maakt dezelfde opties mogelijk. Ook kan je lichaam anders reageren dan je verwacht. De één voelt zich met warmte direct zachter worden, de ander krijgt juist meer spanning in de schouders. Het is daarom handig om een paar opties achter de hand te hebben.

Sommige vrouwen zoeken vooral “minder pijn”, anderen zoeken vooral “meer controle” of “even kunnen slapen”. Dat verschil is belangrijk, want dezelfde pijnstilling kan voor de één ruimte geven en voor de ander juist onrust. Als je dit vooraf al eens hardop zegt tegen je partner, wordt het makkelijker om later samen te beslissen.

Als je op zoek bent naar houvast, kun je dit onthouden: pijnstilling is niet één knop. Het is een verzameling hulpmiddelen die je kunt inzetten om comfortabeler te blijven en je energie te verdelen.

Eerst even dit: pijn is persoonlijk (en kiezen mag onderweg)

Weeënpijn is niet alleen “hard of zacht”. Het is ook hoe je het beleeft. Een vrouw die zich veilig voelt, goed kan ademen en weinig prikkels heeft, kan dezelfde wee anders ervaren dan wanneer er veel onrust is. Daarom kun je vooraf wel een voorkeur hebben, maar je kunt niet voorspellen hoe het in jouw lijf binnenkomt.

Kiezen onderweg betekent niet dat je van plan wisselt omdat je “zwak” bent. Het betekent meestal dat je informatie bijstelt. Soms gaat het zo: je start kalm, je beweegt veel, je doucht, en je denkt dat je dit prima redt. Dan komt er een fase waarin de pauzes korter worden, je ineens moet overgeven, en je merkt dat je benen trillen. Op zo’n moment is het logisch om opnieuw te bekijken wat je nodig hebt.

Het helpt als je vooraf met je partner afspreekt hoe jullie dit gesprek voeren. Bijvoorbeeld: als jij zegt “ik ben op”, neemt je partner even het woord en vraagt welke opties er nu zijn. Zo hoef jij niet te onderhandelen terwijl je lijf aan het werk is.

Natuurlijke pijnverlichting: warmte, water en beweging

Warmte is voor veel vrouwen de eerste stap omdat het eenvoudig is en snel effect kan geven. Een warme douche op je onderrug, een kruik tegen je buik, of een warmtekussen kan spanning verminderen. Water kan ook helpen door het gevoel van druk te verdelen. Sommige vrouwen vinden een bad prettig, anderen hebben aan de douche genoeg omdat het hen in beweging houdt.

Bewegen klinkt soms als “nog meer doen”, terwijl je al moe bent. Toch kan een kleine verandering al verschil maken. Leunen op het aanrecht, wiegen met je heupen, een rondje door de kamer, of even op handen en knieën bij rugpijn. Het gaat niet om fit zijn, maar om ruimte zoeken in je lijf.

Een praktisch beeld: je bent om 03.00 uur wakker, je partner zet zachtjes het licht in de badkamer aan, en jij staat onder de douche met je voorhoofd tegen de tegels. Je merkt dat je schouders zakken. Dat is geen magie, maar simpelweg minder weerstand in je lijf. Warmte en water zijn vaak vooral een manier om “mee te geven”.

Ademhaling, focus en ontspanning: mentaal werken met pijn

Ademhaling is geen trucje waarmee pijn verdwijnt. Het is eerder een manier om niet bovenop de pijn te gaan zitten. Veel vrouwen ademen in het begin hoog, kort en snel. Dat kan je het gevoel geven dat je de controle kwijt bent. Een lagere, langere uitademing kan helpen om spanning in je kaken, schouders en bekkenbodem te verminderen.

Focus kan ook heel praktisch zijn. Sommige vrouwen tellen rustig mee met hun uitademing. Anderen gebruiken een vaste zin die ze steeds herhalen, zoals “ik ga mee” of “loslaten”. Visualisatie kan werken, maar houd het nuchter: stel je voor dat een wee een druk is die weer zakt, en dat jij in de pauze ontspant. Je hoeft er geen perfect plaatje bij te hebben.

Begeleiding kan hierbij veel doen. Een partner die niet tien vragen stelt, maar één rustige taak heeft, zoals ademtempo spiegelen of water aangeven. Of rebozo-achtige ondersteuning: een doek om je heupen waarmee zacht gewiegd wordt. Ook drukpunten of stevige tegendruk in de onderrug kunnen helpen, vooral bij rugweeën. Wat werkt, merk je vaak binnen een paar weeën.

TENS, massage en hulpmiddelen: wat kun je thuis gebruiken?

Sommige hulpmiddelen kun je al vóór je naar het ziekenhuis gaat inzetten. TENS is daar een bekend voorbeeld van. Je plakt elektroden op je rug en voelt kleine prikkels die kunnen afleiden van de weeënpijn. De ervaring verschilt. De één vindt het prettig omdat het een duidelijke “tegenprikkel” geeft, de ander vindt het irritant of te aanwezig. Het kan helpen om TENS al eens kort te testen, zodat je niet tijdens heftige weeën moet uitzoeken hoe het werkt.

Massage is vaak effectiever als je partner weet wat je bedoelt. “Masseer mijn rug” kan van alles zijn. “Stevige druk net boven mijn billen” is duidelijker. Een tennisbal tegen de muur, een massagebal, of gewoon handen die stevig duwen kan bij rugklachten echt verlichting geven.

Een geboorte- of yogabal kan helpen om je bekken te bewegen zonder dat je steeds moet lopen. Veel vrouwen wiegen vanzelf heen en weer. Ook een warmtekussen, een zachte handdoek of een koel washandje kan fijn zijn, afhankelijk van wat je lichaam op dat moment prettig vindt.

Lachgas: hoe werkt het en voor wie is het fijn?

Lachgas is een vorm van pijnstilling die je inademt via een masker. Je gebruikt het zelf, meestal vlak voordat een wee opbouwt, zodat het effect er is rond de piek. Het haalt de pijn niet altijd weg, maar het kan de scherpe rand eraf halen en je een gevoel van “ik kan dit weer aan” geven.

Een voordeel is dat het snel werkt en ook snel uitwerkt. Dat betekent dat je tussen de weeën vaak helder bent. Sommige vrouwen vinden dat prettig, omdat ze graag zelf de regie houden. Een nadeel kan zijn dat je er duizelig of misselijk van wordt. Ook moet je het masker goed op tijd pakken, en dat vraagt in het begin wat oefenen.

Lachgas is niet overal beschikbaar. Als je dit overweegt, vraag dan vooraf of jouw bevalplek het aanbiedt. En vraag ook hoe het in de praktijk gaat, want sommige ziekenhuizen hebben wachttijd of voorwaarden.

Remifentanil: snelle pijnstilling via infuus

Remifentanil is een sterke pijnstiller die via een infuus wordt gegeven, vaak met een pompje waarmee je zelf kunt doseren binnen veilige grenzen. Het effect kan snel zijn. Veel vrouwen ervaren dat de pijn minder “overneemt”, waardoor ze beter kunnen ademen en even op krachten kunnen komen.

Omdat remifentanil invloed kan hebben op je ademhaling en alertheid, krijg je hierbij monitoring en extra begeleiding. Je wordt meestal goed in de gaten gehouden en je krijgt uitleg over hoe je het pompje gebruikt. Het kan je slaperig maken, en sommige vrouwen voelen zich wat wiebelig of misselijk. Tussen weeën door kun je je heel moe voelen, alsof je ineens in een lichte roes zakt.

Remifentanil is niet voor iedereen de fijnste optie. Sommige vrouwen vinden het prettig dat ze niet volledig verdoofd zijn, anderen missen juist een stabieler effect. Het is vaak een keuze die je samen met je team maakt op basis van wat je op dat moment nodig hebt en wat er beschikbaar is.

Ruggenprik (epiduraal): wat kun je verwachten?

Een ruggenprik, ook wel epiduraal, is pijnstilling die via een prik in de rug wordt toegediend. Veel vrouwen merken dat de pijn van de weeën sterk afneemt. Je kunt vaak nog druk voelen, maar de scherpe pijn kan veel minder worden. Dat kan een enorme opluchting zijn, vooral als je al lang bezig bent en je energie op raakt.

Een epiduraal kan alleen in het ziekenhuis en wordt door een anesthesioloog geplaatst. Soms moet je even wachten, bijvoorbeeld omdat er een spoedoperatie is of omdat de anesthesioloog bezig is. Je moet vaak stil zitten of liggen tijdens het plaatsen, wat lastig kan zijn als je weeën hebt. Een partner of verpleegkundige helpt je meestal om een houding te vinden die lukt.

Sommige vrouwen voelen ineens dat ze weer kunnen praten of zelfs lachen, omdat de constante spanning uit hun gezicht verdwijnt. Andere vrouwen moeten wennen aan het idee dat hun benen zwaarder voelen en dat ze meer begeleiding nodig hebben bij draaien en opstaan.

Met een ruggenprik kun je soms minder goed rondlopen, afhankelijk van dosering en beleid. Je krijgt vaak een infuus en soms een blaaskatheter omdat plassen lastiger kan worden. Sommige vrouwen vinden dat prima omdat rust en herstel belangrijker zijn, anderen vinden het juist vervelend om minder vrij te bewegen. Het is dus niet alleen “wel of geen pijn”, maar ook “wat heb ik nodig om me prettig te voelen”.

Pijnstilling en de voortgang: wat kan het beïnvloeden?

Veel vrouwen vragen zich af of pijnstilling invloed heeft op hoe de geboorte verloopt. Er zijn ervaringen in alle richtingen. Sommige vrouwen ontspannen juist beter met medicatie, waardoor ze energie sparen en de weeën beter kunnen opvangen. Anderen merken dat ze minder goed voelen wat hun lichaam doet, vooral bij persen of bij wisselen van houding.

Het helpt om dit niet te zien als een vaste regel, maar als iets dat per persoon kan verschillen. Wat wél praktisch is: bespreek vooraf hoe begeleiding eruitziet als je voor een bepaalde optie kiest. Bijvoorbeeld: als je epiduraal hebt, hoe blijf je toch van houding wisselen? Als je remifentanil krijgt, wie helpt je om op tijd te drukken op het pompje?

Ook de setting kan veranderen door apparatuur en monitoring. Dat kan betekenen dat je minder makkelijk onder de douche gaat of dat je vaker in bed bent. Voor sommige vrouwen voelt dat veilig, voor anderen juist beperkend. Als je dat weet, kun je vooraf al aangeven wat je helpt, bijvoorbeeld regelmatig draaien of iemand die je helpt om je kaak en schouders te ontspannen.

Ook mentaal kan het iets doen. Sommige vrouwen krijgen met pijnstilling weer ruimte om te praten, te lachen of zelfs even te slapen. Dat kan precies zijn wat je nodig hebt. Andere vrouwen vinden het juist fijn om in hun eigen ritme te blijven zonder extra apparatuur. Beide zijn logisch. Het gaat erom dat jij en je team dezelfde verwachtingen hebben.

Hoe maak je een keuze? Vragen om met je zorgverlener te bespreken

Een keuze maken wordt makkelijker als je het terugbrengt tot jouw situatie en jouw wensen. In plaats van “wat is het beste”, kun je vragen: wat past bij mijn plek, mijn lichaam en mijn grenzen? Bespreek dit liefst vóór je start, zodat je niet alles tijdens weeën hoeft te beslissen.

Vragen die vaak direct duidelijkheid geven:

  • Wat is op mijn bevalplek beschikbaar, en wat is de wachttijd als ik erom vraag?
  • Welke optie past als ik graag wil blijven bewegen, en welke als ik vooral rust wil?
  • Hoe ziet begeleiding eruit bij lachgas, remifentanil of epiduraal?
  • Wat merk ik meestal van bijwerkingen, en wat doen jullie als ik misselijk word of duizelig ben?
  • Als ik pijnstilling wil, wanneer is een logisch moment om dit te bespreken?

Als je al eerder bent bevallen, kun je daar ook iets mee. Misschien hielp douchen toen enorm. Of misschien raakte je uitgeput en had je achteraf graag eerder rust gehad. Dat soort informatie is voor zorgverleners vaak veel waardevoller dan een lijst met “ik wil wel of niet”.

Plan B en flexibiliteit: als het anders loopt dan gedacht

In je geboorteplan kun je je voorkeuren kort opschrijven zonder dat het lang wordt. Het kan bijvoorbeeld één zin zijn over hoe je keuzes wilt maken: “Leg opties in korte taal uit, één per keer, en vraag in de pauze.” En één zin over jouw grens: “Als ik aangeef dat ik op ben, wil ik bespreken welke pijnstilling nu het meest haalbaar is.”

Flexibel zijn betekent ook praktisch vooruitdenken. Neem bijvoorbeeld een warmtekussen mee als je weet dat warmte je helpt. Oefen één ademritme dat je prettig vindt. En spreek met je partner af dat die je helpt herinneren aan water, plassen en rustmomenten, omdat dat vaak het eerste is dat je vergeet.

Het kan ook helpen om een eenvoudige volgorde te hebben: eerst proberen wat thuis werkt, daarna kijken wat in het ziekenhuis mogelijk is, en als je merkt dat je leeg loopt, eerder overleggen in plaats van pas op het uiterste punt. Dat geeft vaak meer rust, omdat je keuzes maakt vanuit helderheid in plaats van vanuit paniek.

Momble redactie
Geschreven door
Momble redactie

Dit artikel is geschreven door de redactie van Momble en is bedoeld om herkenning en algemene informatie te bieden. De inhoud is gebaseerd op algemeen beschikbare informatie en ervaringen die zwangere vrouwen delen binnen en buiten de Momble community. Er wordt geen medisch advies gegeven en iedere zwangerschap verloopt anders.

Gerelateerd