Spermaonderzoek: zo werkt het en wat zegt de uitslag?

Als zwanger worden langer duurt dan je had gehoopt, voelt het alsof alle spotlights op de cyclus staan. Toch komt in veel trajecten al vrij snel dezelfde vraag op: “Kijken we ook naar de mannelijke kant?” Een spermaonderzoek is dan vaak een eerste, nuchtere stap. Het geeft informatie over de zaadkwaliteit op dat moment, en dat kan rust geven, juist omdat je minder hoeft te gissen. Vruchtbaarheid is tenslotte iets van jullie samen.
Wat is een spermaonderzoek en waarom doe je het?
Een spermaonderzoek (ook wel spermatest, semenanalyse of sperma-analyse genoemd) is een laboratoriumonderzoek van het sperma. In het lab wordt gekeken naar kenmerken die iets kunnen zeggen over de kans dat zaadcellen een eicel bereiken en kunnen bevruchten. Dat klinkt groot, maar de test wordt vooral gebruikt als praktische “check”: lijkt de mannelijke factor gunstig, of is het slim om te herhalen en verder te kijken?
Veel stellen hebben gemengde gevoelens bij het woord spermaonderzoek. Aan de ene kant is het fijn dat er iets concreets is om te doen. Aan de andere kant voelt het kwetsbaar: alsof er een oordeel komt over “presteren”. In werkelijkheid is het meestal een meetmoment, niet meer en niet minder. Een goede uitslag is geen garantie dat het direct lukt, en een minder gunstige uitslag zegt niet automatisch dat zwangerschap onmogelijk is. Het geeft vooral richting: waar valt winst te behalen, en welke stap past bij jullie verhaal?
Wanneer is het verstandig om sperma te laten testen?
De meest voorkomende reden is simpel: jullie proberen al een tijd zwanger te worden en willen weten waar jullie staan. Hoe lang “een tijd” is, verschilt per situatie. Vaak wordt er eerst een periode geprobeerd zonder onderzoek, maar er zijn omstandigheden waarin eerder testen logisch kan zijn, zeker als jullie behoefte hebben aan duidelijkheid of als de tijd een rol speelt.
Soms ligt het moment ook gewoon aan de praktijk. Jij hebt ovulatietesten gedaan, je hebt misschien al bloed laten prikken, of je cyclus is in kaart gebracht. Dan voelt het fair om ook aan de andere kant informatie te verzamelen, zodat jullie niet alleen maar in aannames praten. Een spermaonderzoek kan dan helpen om het gesprek met de huisarts concreet te maken: wat hebben we al geprobeerd, hoe lang, en welke onderzoeken zijn al gedaan?
Er zijn ook situaties waarin artsen sneller aan een spermatest denken. Denk aan een voorgeschiedenis met een operatie of infectie in de balstreek, aan aanhoudende klachten (zoals pijn, zwelling of een duidelijk “anders” gevoel) of aan eerder afwijkende uitslagen. Dat zijn geen conclusies op zichzelf, maar wel redenen om niet eindeloos af te wachten.

Voorbereiding: wat moet je wel en niet doen vooraf?
De betrouwbaarheid van een spermaonderzoek hangt deels af van de voorbereiding. Daarom krijg je bijna altijd instructies van het lab. De belangrijkste gaat over onthouding: een korte periode zonder zaadlozing. Veel labs vragen hierbij vaak iets in de orde van 2–5 dagen, maar het exacte advies kan verschillen, en die instructie is leidend.
Daarnaast zijn er factoren die een uitslag tijdelijk kunnen beïnvloeden. Koorts is een bekende: als je recent echt hoge koorts hebt gehad, kan dat meespelen in de weken erna. Ook alcohol, roken en drugs kunnen invloed hebben, vooral als het structureel is. Het hoeft niet te betekenen dat één avond de hele test “verpest”, maar een stabiele periode vooraf helpt wel om een eerlijker beeld te krijgen.
Medicatie is ook iets om door te geven. Stop nooit zelf, maar meld het aan het lab of de arts, net als supplementen. En dan is er warmte: sauna’s, hete baden en langdurige hitte rond de testikels worden vaak genoemd omdat ze de omstandigheden tijdelijk kunnen veranderen. Het veiligste is om rondom de test de instructies te volgen en extreme warmteprikkels even te vermijden, zodat je minder kans hebt op een uitslag die vooral “ruis” is.
Hoe gaat spermaonderzoek in de praktijk?
In de meeste gevallen wordt sperma verzameld door masturbatie in een potje dat je van het lab krijgt. Soms kan dat op locatie in een aparte ruimte, soms mag het thuis. Thuis afnemen voelt voor veel mannen prettiger, maar dan gelden meestal duidelijke afspraken: lever het binnen de afgesproken tijd in (vaak binnen een uur), houd het potje goed afgesloten en probeer het sperma onderweg op ongeveer lichaamstemperatuur te houden (bijvoorbeeld in een binnenzak).
Het ongemak zit vaak niet in de techniek, maar in de setting. Je hebt een afspraak, er is tijdsdruk en je wilt niet “falen”. Dat gevoel is heel normaal, zeker als jullie al langer bezig zijn en elke stap beladen voelt. Het helpt om te weten dat labs dit dagelijks zien en doorgaans nuchter en discreet handelen. Je levert het in, je krijgt een bevestiging, en klaar. Niemand staat je aan te kijken of commentaar te geven.
Thuis of in de kliniek: beide kan dus. Als je kiest voor thuis, let je vooral op tijd en temperatuur. Als je kiest voor afname op locatie, kan dat juist rust geven omdat je geen transportstress hebt. Wat in jullie situatie het prettigst is, hangt vaak samen met praktische dingen: reistijd, privacy en hoe groot de spanning is.
Welke waarden worden gemeten?
Op het uitslagformulier zie je vaak meerdere regels met termen die klinisch aanvoelen. In de basis gaat het om drie dingen: hoeveel zaadcellen er zijn, hoe ze bewegen en hoe ze eruitzien. Meestal worden onder andere deze onderdelen gemeten:
- Volume: de hoeveelheid sperma in totaal.
- Concentratie en totaal aantal: hoeveel zaadcellen er per milliliter zijn en hoeveel in totaal.
- Beweeglijkheid (motiliteit): vooral het aandeel dat vooruit beweegt.
- Morfologie: de vorm van een deel van de zaadcellen.
- pH/zuurgraad en soms viscositeit: eigenschappen van het sperma.
- Overige bevindingen, zoals het (soms) zien van witte bloedcellen; de interpretatie daarvan hoort bij arts of lab omdat het meerdere oorzaken kan hebben.
Soms zie je op het formulier ook afkortingen die erbij horen, zoals PR (progressief bewegelijk) of een opmerking “onder referentie”. Dat is vaak precies waar mensen op vastlopen: je ziet woorden, maar je mist de vertaling.
Uitslag begrijpen: wat is ‘normaal’ en wat zegt het echt?
De meeste labs vergelijken de gemeten waarden met referentiewaarden (vaak gebaseerd op internationale WHO-referenties). Dat betekent: grenzen die zijn afgeleid van grote groepen mannen bij wie zwangerschappen zijn ontstaan. Het zijn geen harde scheidslijnen tussen “goed” en “fout”, maar ze helpen om te bepalen of iets vaker binnen of buiten het verwachte bereik valt.
Op het formulier kun je termen tegenkomen als normozoöspermie (meerdere onderdelen binnen referentie) of woorden die beginnen met oligo-, astheno- of terato-. Die termen beschrijven wat het lab ziet: bijvoorbeeld een lager aantal, minder beweeglijkheid of een afwijkender vorm. Soms staat er ook iets als “grensgebied” of “licht verlaagd”. Dat is bedoeld als richting voor het gesprek, niet als eindpunt.
Op veel formulieren staat het in een tabel: links jouw waarde, daarnaast de referentie of een opmerking als “laag”, “grens” of “binnen bereik”. Je kunt ook afkortingen zien als TMSC (totaal aantal bewegende zaadcellen) of een verdeling van motiliteit in categorieën. Zie die termen als labels die een arts gebruikt om te praten over kansen en opties, niet als een definitief stempel.
Belangrijk is ook hoe je de uitslag leest: niet per losse regel, maar als totaalbeeld. Een lage beweeglijkheid heeft bijvoorbeeld een andere betekenis als het aantal hoog is dan wanneer meerdere onderdelen tegelijk onder referentie zitten. Daarom wordt de interpretatie meestal bij een arts of het centrum gelegd.
En dan het contextpunt waar veel stellen het meeste aan hebben: een spermaonderzoek is een momentopname. Zaadcellen worden continu aangemaakt en die cyclus duurt weken. Een periode van koorts, weinig slaap, veel stress of een heftige periode kan een meetmoment beïnvloeden. Daarom is herhalen bij een afwijkende of grensuitslag heel gebruikelijk. Niet om iemand “nog eens te testen”, maar om te zien of het beeld hetzelfde blijft.
Wat kan een afwijkende uitslag betekenen?
Een afwijkende uitslag kan tijdelijk zijn of langer spelen. Zonder vervolgonderzoek kun je meestal niet zeggen welke van de twee het is. Daarom denken artsen vaak in stappen: eerst checken of de afname en voorbereiding klopten, dan herhalen op een passend moment, en pas daarna, als er reden is, verder kijken.
Wat artsen vaak als eerste meenemen in die afweging, zijn zaken die een uitslag kunnen vertekenen: was de onthoudingsperiode volgens instructie, is alles in het potje terechtgekomen, en is het op tijd ingeleverd? Daarna kijken ze naar tijdelijke factoren zoals recente koorts. Pas als die verklaringen niet aannemelijk zijn, komt de vraag: is er mogelijk een factor die vaker meespeelt, zoals langdurige warmte, roken, overgewicht of een medische oorzaak die verder onderzocht moet worden.
Vaak ziet het vervolg er zo uit: jullie bespreken de uitslag met huisarts of kliniek; bij twijfel of een duidelijke afwijking wordt een herhaaltest gepland; als afwijkingen bij herhaling blijven terugkomen, kan een verwijzing volgen naar een uroloog of fertiliteitsarts. Daar wordt gekeken of aanvullend onderzoek zinvol is en welke route past bij jullie leeftijd, duur van proberen en eventuele klachten. Het doel is bijna altijd hetzelfde: duidelijkheid en een plan dat past bij jullie. Soms is dat zo simpel als herhalen en afwachten; soms is het een gesprek over vervolgmogelijkheden. Het belangrijkste is dat je stappen zet op basis van feiten, niet op basis van angst of aannames.
Wat kun je zelf doen om zaadkwaliteit te ondersteunen?
Als je iets wilt doen wat haalbaar is, werkt “alles tegelijk” zelden. De meeste centra beginnen met de basis die vaak als eerste besproken wordt: stoppen met roken of in elk geval sterk minderen, alcohol beperken (zeker geen grote pieken), en slaap en herstel serieuzer nemen. Ook gewicht en beweging spelen vaak mee, niet als schoonheidsdoel, maar omdat het lichaam dan meestal stabieler functioneert.
Warmte is een praktische: laptop niet langdurig op schoot, geen lange hete baden vlak voor de test, en bij werk met veel zittend vervoer of hittebronnen eens kijken waar kleine aanpassingen mogelijk zijn. Stress is lastiger omdat je het niet uit kunt zetten, zeker niet bij een kinderwens, maar herstelmomenten helpen wel: regelmatig bewegen, een vaste bedtijd en momenten waarop je hoofd even niet “aan” hoeft.
Voor veel stellen werkt het het best als je één of twee veranderingen samen kiest en die een paar weken volhoudt. Niet om de uitslag te “fixen”, maar om je lichaam de beste voorwaarden te geven. Als er daarna opnieuw getest wordt, is er ook meteen minder twijfel: is dit een uitslag van toevallige omstandigheden, of zien we een patroon?
Veelgestelde vragen over spermaonderzoek
Hoeveel dagen onthouding is nodig?
Het lab geeft meestal een richtlijn voor de onthoudingsperiode. Vaak ligt dat rond een paar dagen (bijvoorbeeld 2–5), maar houd de instructie van jouw lab aan. Dat is het meest betrouwbaar, omdat het lab de uitslag ook in die context interpreteert.
Hoe snel heb je de uitslag?
Dat verschilt per lab en per route (huisarts of kliniek). In veel gevallen is de uitslag er binnen enkele dagen tot ongeveer een week. Soms krijg je eerst de cijfers en volgt het gesprek later; soms wordt alles in één consult besproken.
Wat als afnemen niet lukt?
Dat komt vaker voor dan mensen hardop toegeven. Prestatiedruk, tijdsdruk of spanning kan het lastig maken. Meestal kun je opnieuw plannen of bespreken of afname op locatie, met meer rust en privacy, beter werkt. Het zegt niets over jullie kans op zwangerschap, het zegt vooral iets over stress op dat moment.

Geschreven door
Momble redactie
Dit artikel is geschreven door de redactie van Momble en is bedoeld om herkenning en algemene informatie te bieden. De inhoud is gebaseerd op algemeen beschikbare informatie en ervaringen die zwangere vrouwen delen binnen en buiten de Momble community. Er wordt geen medisch advies gegeven en iedere zwangerschap verloopt anders.
Gerelateerd