Spermaonderzoek: zo werkt het en wat zegt de uitslag?

Door 
Momble Redactie
Voor het laatst gecontroleerd op  
12 Jun 2026
Pijlicoon die naar rechts wijst, zwart op transparante achtergrond.
Gebaseerd op betrouwbare bronnen
Leeg potje voor spermaonderzoek op tafel, gebruikt bij vruchtbaarheidsonderzoek en kinderwens.

Als zwanger worden langer duurt dan gehoopt, gaat de aandacht vaak eerst naar de cyclus, ovulatie en vruchtbare dagen. Toch hoort de mannelijke kant net zo goed bij het totaalbeeld. Een spermaonderzoek kan helpen om minder te hoeven gissen: het laat zien hoe het sperma er op dat moment uitziet en of verder onderzoek nodig kan zijn.

Een uitslag zegt niet alles over jullie kans op zwangerschap. Een gunstige uitslag is geen garantie dat het snel lukt. Een minder gunstige uitslag betekent ook niet automatisch dat zwangerschap niet mogelijk is. De uitslag is vooral een hulpmiddel om samen met de huisarts of specialist te bepalen wat een logische volgende stap is.

Dit artikel gaat over een medisch onderwerp en is samengesteld op basis van betrouwbare medische bronnen. Het is niet medisch beoordeeld door een arts of zorgprofessional en vervangt geen persoonlijk medisch advies.

Wat is een spermaonderzoek?

Een spermaonderzoek, ook wel semenanalyse of zaadonderzoek genoemd, is een laboratoriumonderzoek van sperma. Het onderzoek wordt vaak gebruikt bij een kinderwens als zwangerschap uitblijft en er gekeken wordt welke factoren kunnen meespelen.

Bij een spermaonderzoek wordt meestal gekeken naar:

  • hoeveel zaadcellen er in het sperma zitten;
  • hoe goed zaadcellen bewegen;
  • hoe de vorm van zaadcellen eruitziet;
  • hoeveel sperma er is;
  • soms aanvullende kenmerken, zoals zuurgraad, viscositeit of vitaliteit.

Het onderzoek kijkt dus niet naar “mannelijkheid” of “presteren”. Het is een laboratoriummeting. De uitslag moet altijd in context worden bekeken: de duur van jullie kinderwens, de leeftijd van de vrouw, de cyclus, medische voorgeschiedenis, leefstijl en eventuele klachten spelen allemaal mee.

Wil je eerst breder begrijpen hoe vruchtbaarheid werkt bij mannen en vrouwen? Lees dan ook het overzicht over vruchtbaarheid bij kinderwens.

Wanneer wordt spermaonderzoek gedaan?

Een spermaonderzoek wordt vaak besproken als jullie al langere tijd proberen zwanger te worden zonder resultaat. In de Nederlandse huisartsenrichtlijn wordt subfertiliteit meestal benaderd als het uitblijven van zwangerschap na meer dan twaalf maanden onbeschermde, op conceptie gerichte seks.

Soms kan eerder overleg verstandig zijn, bijvoorbeeld als er:

  • eerdere afwijkende uitslagen zijn geweest;
  • klachten zijn aan penis, bal of bijbal;
  • een voorgeschiedenis is met operatie, beschadiging, infectie of niet goed ingedaalde zaadbal;
  • problemen zijn met vrijen, klaarkomen of een erectie;
  • sprake is geweest van chemotherapie, bestraling of andere relevante medische behandeling;
  • zorgen zijn door leeftijd, cyclusproblemen of een bekende vruchtbaarheidsfactor bij één van jullie.

Een spermaonderzoek is vaak één onderdeel van het bredere onderzoek naar waarom zwanger worden langer duurt. In dat proces wordt meestal ook gekeken naar de cyclus, eisprong en mogelijke andere oorzaken. Meer context vind je in het artikel over oorzaken van verminderde vruchtbaarheid.

Hoe bereid je je voor op een spermaonderzoek?

De belangrijkste regel is: volg de instructies van het laboratorium of de arts die het onderzoek aanvraagt. Die instructies kunnen per ziekenhuis of laboratorium verschillen.

Meestal krijg je uitleg over:

  • welk potje je moet gebruiken;
  • wanneer en waar je het sperma moet inleveren;
  • hoe snel het potje na de zaadlozing bij het laboratorium moet zijn;
  • hoe je het potje onderweg op temperatuur houdt;
  • of je vooraf een periode geen zaadlozing moet hebben.

Sommige laboratoria geven instructies over het aantal dagen zonder zaadlozing. Andere Nederlandse informatie legt vooral nadruk op correcte afname en snelle inlevering. Houd daarom het formulier van jouw lab aan.

Geef het ook door als er iets is dat de uitslag kan beïnvloeden, zoals:

  • koorts in de afgelopen weken of maanden;
  • medicijngebruik;
  • een operatie of narcose;
  • een infectie;
  • als niet al het sperma in het potje is terechtgekomen;
  • als het potje te laat is ingeleverd of te warm/koud is bewaard.

Stop niet zelf met medicijnen voor een spermaonderzoek. Bespreek medicijngebruik met je arts of het laboratorium.

Hoe gaat sperma afnemen in de praktijk?

Sperma wordt meestal opgevangen door masturbatie in een speciaal potje van het laboratorium. Gebruik geen gewoon condoom, omdat dit de uitslag kan beïnvloeden. Het potje moet schoon en geschikt zijn voor dit onderzoek.

Afname kan soms thuis en soms in het ziekenhuis of fertiliteitscentrum. Als je het thuis doet, gelden meestal strikte afspraken:

  • lever het sperma binnen de afgesproken tijd in, vaak binnen één uur;
  • houd het potje zo dicht mogelijk bij lichaamstemperatuur, bijvoorbeeld in een binnenzak;
  • houd het potje goed afgesloten en rechtop;
  • gebruik het potje dat het lab heeft meegegeven of goedgekeurd;
  • meld eerlijk als niet alles is opgevangen.

Dat laatste kan ongemakkelijk voelen, maar het is belangrijk voor een betrouwbare interpretatie. Als een deel van het sperma mist, kan de uitslag lager lijken dan hij werkelijk is.

Wat wordt er gemeten bij spermaonderzoek?

Op een uitslagformulier staan vaak medische termen en afkortingen. De belangrijkste onderdelen zijn meestal:

Volume

Dit is de hoeveelheid sperma in totaal. Een lagere hoeveelheid kan invloed hebben op hoe de uitslag wordt geïnterpreteerd, maar zegt op zichzelf niet alles.

Concentratie

Dit is het aantal zaadcellen per milliliter sperma.

Totaal aantal zaadcellen

Dit is het totale aantal zaadcellen in de volledige zaadlozing.

Beweeglijkheid of motiliteit

Hierbij kijkt het laboratorium of zaadcellen bewegen en of ze vooruit bewegen. Op uitslagen zie je soms de afkorting PR, wat staat voor progressief bewegende zaadcellen.

Morfologie

Morfologie gaat over de vorm van zaadcellen. Het laboratorium beoordeelt welk deel van de zaadcellen een vorm heeft die binnen de gebruikte referentie valt.

Soms: pH, viscositeit of vitaliteit

Sommige laboratoria meten ook de zuurgraad, dikte/vloeibaarheid of het aandeel levende zaadcellen.

Wat betekenen referentiewaarden?

Veel laboratoria vergelijken de uitslag met referentiewaarden, bijvoorbeeld waarden uit de WHO-handleiding voor spermaonderzoek. Internationale richtlijnen noemen onder andere referentiewaarden voor volume, concentratie, totaal aantal zaadcellen, beweeglijkheid, vitaliteit, morfologie en pH.

Belangrijk: zulke waarden zijn geen harde grens tussen vruchtbaar en onvruchtbaar. De Richtlijnendatabase voor mannelijke subfertiliteit benadrukt dat er geen duidelijke scheidslijn is waarmee je één persoon simpel kunt indelen als vruchtbaar of subfertiel. Het gaat om meerdere waarden samen, plus de rest van jullie situatie.

Daarom is het meestal niet verstandig om zelf één getal uit de uitslag te trekken en daar een conclusie aan te verbinden. Een huisarts, fertiliteitsarts of uroloog kijkt naar het totaalbeeld.

Veelvoorkomende termen op de uitslag

Op een uitslag kun je termen tegenkomen zoals:

  • Normozoöspermie: meerdere onderdelen vallen binnen de gebruikte referentie.
  • Oligozoöspermie: het aantal zaadcellen is verlaagd.
  • Asthenozoöspermie: de beweeglijkheid is verlaagd.
  • Teratozoöspermie: de vorm van zaadcellen wijkt vaker af van de gebruikte referentie.
  • Azoöspermie: er worden geen zaadcellen gezien in het onderzochte sperma.

Deze woorden beschrijven wat het laboratorium ziet. Ze zijn geen oordeel over jou als persoon en geven niet zonder verdere context een complete voorspelling van jullie kans op zwangerschap.

Wat zegt de uitslag echt?

Een spermaonderzoek is een momentopname. De kwaliteit van sperma kan veranderen. Koorts, ziekte, medicijngebruik, een operatie, warmte, roken, alcohol, drugs, anabole steroïden, infecties en blootstelling aan bepaalde schadelijke stoffen kunnen meespelen.

Een minder gunstige uitslag kan tijdelijk zijn. Daarom wordt een afwijkende uitslag vaak herhaald. De timing van een herhaling hangt af van de uitslag en van het beleid van huisarts, laboratorium of specialist. Soms wordt na enkele weken opnieuw getest. Bij andere situaties wordt rekening gehouden met de periode waarin zaadcellen worden aangemaakt, die grofweg richting drie maanden gaat. Bij duidelijke afwijkingen, zoals geen zaadcellen of sterk verminderde spermakwaliteit, kan sneller vervolg nodig zijn.

De huisarts kan de uitslag gebruiken om samen met andere gegevens een inschatting te maken van de kans op zwangerschap in het komende jaar. Daarbij gaat het niet alleen om het sperma, maar ook om bijvoorbeeld de leeftijd van de vrouw en hoe lang jullie al proberen zwanger te worden.

Wil je meer lezen over signalen en situaties waarbij verder kijken logisch kan zijn? Bekijk dan ook symptomen van verminderde vruchtbaarheid.

Wat als de uitslag afwijkend is?

Een afwijkende uitslag betekent meestal niet dat er direct één duidelijke oorzaak is. Vaak kijkt de arts eerst naar praktische dingen:

  • Is het sperma op tijd ingeleverd?
  • Is het potje goed vervoerd?
  • Is al het sperma opgevangen?
  • Waren de instructies van het lab gevolgd?
  • Was er recent koorts of ziekte?
  • Speelt medicijngebruik mee?
  • Zijn er klachten of eerdere operaties/infecties geweest?

Daarna kan een herhaalonderzoek worden afgesproken. Als afwijkingen blijven terugkomen of als er sprake is van een duidelijke afwijking, kan verwijzing volgen naar een gynaecoloog, fertiliteitsarts of uroloog. Soms wordt aanvullend onderzoek besproken, zoals lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, echografie of genetisch onderzoek. Dat hangt af van de uitslag en de persoonlijke situatie.

Welke factoren kunnen spermakwaliteit beïnvloeden?

De volgende factoren worden in betrouwbare medische bronnen genoemd als mogelijke invloed op spermakwaliteit of vruchtbaarheid bij mannen:

  • roken;
  • alcohol;
  • drugs;
  • anabole steroïden;
  • koorts, waarbij effect op spermakwaliteit nog weken kan meespelen;
  • ontsteking van penis, bal of bijbal;
  • soa’s;
  • eerdere operatie of beschadiging aan penis, bal, bijbal of zaadleiders;
  • sommige medicijnen;
  • bestraling of chemotherapie;
  • blootstelling aan schadelijke stoffen, zoals lood, oplosmiddelen of pesticiden;
  • langdurige warmte rond de testikels.

Dit betekent niet dat één factor automatisch de oorzaak is. Het zijn onderwerpen die je met de huisarts of specialist kunt bespreken als de uitslag afwijkend is of als zwanger worden langer duurt.

Meer over leefstijl bij een kinderwens lees je in leefstijl bij kinderwens.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt spermakwaliteit niet met één snelle actie “repareren”. Wel zijn er leefstijlfactoren die vaak besproken worden omdat ze de algemene gezondheid ondersteunen en mogelijk gunstig kunnen zijn voor spermaparameters.

Denk aan:

  • stop met roken als je rookt;
  • beperk alcohol;
  • gebruik geen drugs of anabole steroïden;
  • bespreek medicijngebruik met je arts als je zorgen hebt;
  • zorg voor voldoende slaap en herstel;
  • probeer een gezond gewicht na te streven;
  • voorkom langdurige hitte rond de testikels, zoals vaak hete baden of sauna;
  • bescherm jezelf op werk tegen schadelijke stoffen als je daarmee in aanraking komt;
  • blijf seks niet alleen zien als “moeten presteren” rond vruchtbare dagen.

Bij kinderwens kan regelmatig vrijen helpen om de vruchtbare periode te benutten zonder dat alles op één dag hoeft te hangen. Meer praktische uitleg daarover staat in zwanger worden: uitleg, stappen en je vruchtbare dagen.

Wanneer contact opnemen?

Neem contact op met de huisarts als jullie al langer proberen zwanger te worden en je wilt weten of onderzoek logisch is. Vaak wordt onderzoek besproken als zwangerschap na meer dan twaalf maanden uitblijft, maar eerder overleg kan passend zijn als er extra factoren meespelen.

Neem ook contact op met de huisarts als:

  • er pijn, zwelling of ontstekingsklachten zijn aan penis, bal of bijbal;
  • er een soa kan meespelen;
  • er problemen zijn met erectie, klaarkomen of seks;
  • er een eerdere operatie, beschadiging of infectie in het gebied is geweest;
  • er een voorgeschiedenis is met niet goed ingedaalde zaadballen;
  • er eerder een afwijkend spermaonderzoek is geweest;
  • er zorgen zijn door leeftijd, cyclusproblemen of bekende vruchtbaarheidsproblemen;
  • je twijfelt of het onderzoek goed is afgenomen of op tijd is ingeleverd;
  • de uitslag onduidelijk is of veel spanning geeft.

Bij zorgen, twijfel of verergering van klachten is het verstandig om contact op te nemen met de huisarts of de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. Momble kan algemene informatie geven, maar geen persoonlijke medische beoordeling.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen mag je geen zaadlozing hebben voor spermaonderzoek?
Is een afwijkende uitslag hetzelfde als onvruchtbaar zijn?
Hoe snel krijg je de uitslag?
Momble Redactie
Geschreven door
Momble Redactie

Dit artikel is geschreven door de redactie van Momble en bedoeld als algemene, begrijpelijke informatie. We baseren onze artikelen op betrouwbare bronnen, maar geven geen persoonlijk medisch advies.

Pijlicoon die naar rechts wijst, zwart op transparante achtergrond.

Bronnen

Voor dit artikel hebben we waar mogelijk richtlijnen, overheidsinformatie en wetenschappelijke publicaties gebruikt:

Thuisarts - Ik wil mijn zaad laten onderzoeken - https://www.thuisarts.nl/nog-niet-zwanger-geworden/ik-wil-mijn-zaad-laten-onderzoeken

Thuisarts - Ik wil onderzoeken waarom ik nog niet zwanger ben - https://www.thuisarts.nl/nog-niet-zwanger-geworden/ik-wil-onderzoeken-waarom-ik-nog-niet-zwanger-ben

NHG-Richtlijnen - Subfertiliteit - https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/subfertiliteit

NHG-Richtlijnen - Laboratoriumdiagnostiek, subfertiliteit/semenanalyse - https://richtlijnen.nhg.org/landelijke-eerstelijns-samenwerkingsafspraken/laboratoriumdiagnostiek

Richtlijnendatabase - Mannelijke subfertiliteit - https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/mannelijke_subfertiliteit/startpagina_-_mannelijke_subfertiliteit.html

Richtlijnendatabase - Leefstijlinterventies bij mannelijke subfertiliteit - https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/mannelijke_subfertiliteit/leefstijlinterventies.html

OLVG - Spermaonderzoek - https://www.olvg.nl/medische-informatie/spermaonderzoek/

WHO - WHO laboratory manual for the examination and processing of human semen, 6th edition - https://www.who.int/publications/i/item/9789240030787

NICE - Fertility problems: assessment and treatment, investigation of fertility problems and management strategies - https://www.nice.org.uk/guidance/ng257/chapter/Investigation-of-fertility-problems-and-management-strategies

Gerelateerd